De NAÄAP-studie: Nodeloze Acroniemen, Afkortingen en Anglicismen in medische Publicaties.

Julius Roos

Taal is het middel bij uitstek om te communiceren, om eenvoudige boodschappen maar ook om een moeilijk en ingewikkeld betoog over te brengen op een ander zodat hij begrijpt wat er gezegd of geschreven wordt, en liefst dat hij het ook nog goed begrijpt. Dat de taal daarbij zorgvuldig gebruikt moet worden om misverstaan te voorkomen, spreekt vanzelf.                                               Vakjargon ontstaat zodra een professionele groep zo gespecialiseerd is dat er behoefte ontstaat aan verkort taalgebruik, dat alleen begrijpelijk is voor leden van die groep. Dat is niet verwerpelijk, zolang dat binnen de groep gebeurt; moet echter een groter publiek bediend worden dan moet men ervoor waken geen geheimtaal en onbegrijpelijke afkortingen te gebruiken.                                         Ik zie in de afgelopen veertig jaar het medisch taalgebruik in publicaties en voordrachten afzakken naar een soms bedenkelijk niveau. Goed nadenken en goed formuleren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en slordig taalgebruik wijst op slordig denken, en slordig denken leidt tot slordig handelen. Ik geef wat voorbeelden.

Acroniemen

Taalgebruik is aan mode onderhevig en naäpen is de mens aangeboren. Politici zijn er kampioen in maar ook wij medici zijn er niet vrij van. Enigszins ridicuul zijn de moeizaam bedachte en gekunstelde acroniemen die haast verplicht lijken bij de grote gerandomiseerde (mooi voorbeeld van een goed in het Nederlands geïntegreerd Engels woord) studies. Neem als voorbeeld de recente Fourier studie: Further cardiovascular OUtcomes Research with PCSK-9 Inhibition in subjects with Elevated Risk. Fourier is een Franse eigennaam, en refereert in het Nederlands aan de sergeant die je bij de inlijving in het leger je plunjezak met persoonlijke standaarduitrusting uitreikt, en heeft helemaal niets te maken met het onderzoek. Fourire is wel een Frans woord en betekent onbedwingbare schaterlach. Misschien hadden de auteurs dat als acroniem moeten gebruiken, want dat wekt ten minste iets op. De titel van het onderzoek waaruit duidelijk moet worden waar het artikel over gaat, wordt doordat hij gedwongen wordt in het keurslijf van het acroniem, een omslachtige mondvol die het zicht op de essentie van het artikel ontneemt en die zijn betekenis pas prijsgeeft na een paar keer herlezen. Nodeloze gewichtigdoenerij dus en vooral naäperij.

Verkeerde woordkeuze                                                                                                                

Nummer 22 van het NTvG 2017 komt met een verkorte titel op de titelpagina van een artikel met als volledige titel “Verhoogde mortaliteit bij patiënten met een metaal - op - metaal heupprothese” Die verkorte titel luidt: “Sneller dood bij metaal – op - metaal heup”.                                                                                                        Als klachtenvrije bezitter van twee metaal - op - metaalheupprothesen sinds twaalf jaar was mijn eerste gedachte dat mensen zoals ik een sneller stervensproces te wachten staat, mooi meegenomen dus, want als het toch moet gebeuren, dan maar liever snel. De correcte titel van het artikel nam die gedachte snel weg, want het blijkt dat patiënten met dit type prothese een iets kortere levensverwachting hebben, mogelijk gerelateerd aan de grotere behoefte aan heuprevisies. Zij gaan dus eerder dood en niet sneller. Sneller is niet eerder, dat dacht de schildpad al te weten toen hij een hardloopwedstrijd moest houden met Achilles.

Anglicismen

Het Engels is wereldwijd de lingua franca, en in het medisch taalgebruik dominant, zo sterk dat veel onderzoekers gewend zijn in het Engels te communiceren; dat daardoor veel woorden en begrippen vanuit het Engels in het Nederlands terecht komen is begrijpelijk en niet verwerpelijk. Taal is nu eenmaal continu in beweging en nieuwe woorden zijn een verrijking. Wel is het storend als woorden zonder enige noodzaak vervangen worden, want dan is er sprake van verarming van de eigen taal.                                                                                       Zo wordt zowel in de medische literatuur als in de lekenpers het woord hersenen te pas en te onpas en tamelijk hersenloos vervangen door “brein,” een letterlijke vertaling van het Engelse “brain.” Wij hebben in onze taal in tegenstelling tot het Engels, de luxe twee woorden met een iets verschillende betekenis te hebben voor de grijze massa die zich in onze schedel bevindt. “Brein” gebruiken we meestal als abstract begrip voor datgene waarmee wij denken, dromen, fantaseren, terwijl de hersenen de anatomische en fysiologische eenheid vormen. De oorsprong van deze vervlakking ligt bij de radiologen met de invoering van de CT-scan, toen zij hun Engelstalige collega’s volgend, begonnen te spreken over ruimte innemende processen in het “brein” in plaats van de hersenen, en vervolgens heeft de gewoonte zich helaas verspreid ook onder neurologen en neurowetenschappers, die beter moesten weten. Voorts kent het Nederlands twee meervoudsvormen, hersens en hersenen, en ook daar is een subtiel betekenisverschil te zien, zoals uit de volgende voorbeeldzin is op te maken: “Dick (de keuze van de naam is willekeurig) heeft zijn hersens goed gebruikt want wat uit zijn brein is voortgesproten, heeft ons inzicht in de anatomie en fysiologie van de menselijke hersenen vooruit gebracht.”                                                                                Een ander voorbeeld van een tamelijk recent en nodeloos anglicisme is het begrip ‘adresseren’ waar men ‘aanpakken of ‘aandacht schenken aan’ bedoelt. Een ‘probleem’ adresseren komt van politici die graag modieuze begrippen gebruiken en is gelekt in medisch taalgebruik. Behalve het schrijven van een adres op een enveloppe wordt adresseren (ook in het Engels trouwens) vrijwel uitsluitend gebruikt wanneer men zich tot een persoon, of tot personen wendt.

In tegenstelling tot het Engels dat alle zelfstandige naamwoorden die bij elkaar horen los van elkaar schrijft, schrijven wij die substantieven aan elkaar, zoals bijvoorbeeld “bloedbezinkingssnelheid” versus “blood sedimentation rate”. Dit is misschien wel het meest voorkomende anglicisme. De oorzaak berust deels op het onnadenkend overnemen van de Engelse schrijfwijze, deels op een te groot vertrouwen in het spellingscontroleapparaat van Word: dit kan immers de los van elkaar geschreven substantieven niet herkennen als samen één woord vormend omdat de woorden afzonderlijk wel correct zijn. Deze verengelsing van de spelling is wijd verbreid en niet beperkt tot de medische literatuur.

Proefschriften

Bij het lezen van twintig tot vijfentwintig proefschriften per jaar als jurylid voor de dr. c. j. roosprijs valt mij op hoe erbarmelijk slecht soms het Nederlands in de samenvatting is, waarbij bovengenoemde fout het meest voorkomt, naast het vervangen van het voorzetsel “bij” door “in”. Waar de Engelstaligen onderzoek doen en verschijnselen bestuderen “in patients” doen wij dat “bij patiënten”. Soms is de Nederlandse samenvatting een letterlijke vertaling van de Engelse summary. Daarbij wordt de Engelse syntaxis toegepast op het Nederlands, met als gevolg woordvolgordes die pijn doen aan de ogen. Dit mag men de promovendus aanrekenen, maar de promotor is in die gevallen medeschuldig, en heeft de samenvatting òf niet gelezen, òf beheerst zelf het Nederlands niet meer.

Afkortingsdwang/drang

Veel namen van ziektes en syndromen zijn vervangen door de Engelse vertaling of het Engels zelf. Een venerische infectie heet nu een seksueel overdraagbare aandoening, een mondvol, vandaar de afkorting tot soa. Nergens voor nodig, want venerisch, afkomstig van venus (zonder hoofdletter), staat al sinds de oudheid voor de erotische liefde. Celsus, schrijver van het eerste medische leerboek in het Latijn in de eerste eeuw n.C. en de man van rubor, calor, tumor, dolor, de vier ontstekingskenmerken, spreekt systematisch van venus, als hij het over geslachtsverkeer heeft. Venerisch en seksueel overdraagbaar is dus synoniem, maar venerisch is korter en heeft als bijkomstig voordeel dat het met de godin Venus als symbool van schoonheid en liefde te maken heeft. Schrale troost voor de patiënt, dat wel.

Ik hoorde ooit een Nederlandse cardioloog spreken over het dubbeljoepiedubbeljoesyndroom, zoals de Amerikanen het WPW-syndroom graag noemen, wanneer zij spreken over het Wolff Parkinson White-syndroom. Hier zie je hoe de drang tot afkorting het tegendeel bereikt: Wolff Parkinson White telt vijf lettergrepen, dubbeljoepiedubbeljoe zeven, en weepeewee drie. Preëxcitatiesyndroom is overigens nog niet eens zo gek.

Lelijk taalgebruik                                                                                                                                                     

Dan is er nog een categorie woorden die niet fout is op zichzelf, maar lelijk.          In de psychiatrie spreekt men steevast van cliënten in plaats van over patiënten. Advocaten hebben cliënten, winkels hebben een cliëntèle, wij artsen hebben patiënten. Zien de psychiaters zich niet meer als artsen? Freud heeft het alleen over Patiënten en Kranken, nooit over Kunden.                                                                                                                             Lelijk is ook de “agressieve” behandeling van aandoeningen, ooit geïntroduceerd door de gastro-enterologen om helicobacter pylori te “eradiceren”. Je kunt deze bacterie ook intensief of krachtig bestrijden. In de geneeskunde is geen plaats voor agressie. Eradiceren, oftewel met wortel en tak uitroeien, roept bij mij ook onaangename associaties op, afgezien van het eeuwige gestuntel over de uitspraak van de c, als k - of als s - klank. Ooit hoorde ik een gastro-enteroloog in een voordracht zeggen dat hij en zijn team de patiënt succesvol hadden “geëradiceerd.” Niemand keek ervan op.

Dit zijn zo maar wat voorbeelden die illustreren dat taal als communicatiemiddel te belangrijk is om te laten versloffen. Wij als medici moeten vooral zorgvuldig taalgebruik koesteren, omdat in ons vak goed denken en goed handelen innig verbonden zijn met wat wij zeggen en schrijven.