Waarvan wordt men dik?

Uit het voorgaande is duidelijk dat hoe meer calorieën een product bevat, des te meer het aanzet. Bij het kiezen van wat wel en wat niet helpt de Warenwet ons. Op alle kant- en klaarproducten staat tegenwoordig aangegeven de totale hoeveel-heid calorieën in Kcal per 100 gram en de afkomst van deze calorieën. Alvorens hier op in te gaan even een nadere begripsbepaling en wat getallen.

Tot nu toe werd het woord calorieën gebruikt in zeer algemene zin, nl. om globaal aan te duiden de energie die men via het voedsel naar binnen krijgt en de energie die voor de lichaamsfuncties gebruikt wordt.

De calorie is een natuurkundig begrip en wordt gedefinieerd als de hoeveelheid energie die nodig is om een gram water een graad in temperatuur te doen stijgen. In de voedingsleer gebruikt men niet de calorie maar de kilocalorie (Kcal), waarbij één Kcal 1000 calorieën is. De calorie is een energieeenheid afkomstig uit de thermodynamica. Internationaal is afgesproken om over te gaan op de energieeenheid uit het metrische stelsel, de joule (J). In de voedingsleer gebruikt men de kilojoule (KJ) waarbij een KJ gelijk is aan 1000 J. De omrekeningsfactor van Kcal naar KJ is 4.184; dus 1 Kcal = 4.184 KJ.

Omdat de meesten gewend zijn te denken in Kcal wordt in deze tekst alleen deze eenheid gebruikt, en niet de KJ. Overigens worden beide eenheden altijd vermeld op kant- en klaarproducten en in voedingstabellen.

Zetmeel (koolhydraten) en suikers leveren 4 Kcal (= 4000 calorieën) per gram, evenals eiwitten. Vetten leveren 9 Kcal per gram, en alcohol 7 Kcal per gram. Als men het aantal grammen zetmeel, eiwit en vet vermenigvuldigt met de resp. caloriewaarde en de som van deze producten optelt, komt men precies op het opgegeven aantal Kcal per 100 gram.

Wees hiervan bewust bij het doen van inkopen; met een beetje oefening kan men veel gerichter de producten uitkiezen die relatief weinig calorieën bevatten.

Moeilijker is het met niet kant- en klaarproducten. Hierbij helpt het gezonde boerenverstand echter. Het is niet moeilijk in te zien dat een ‘pistoletje’ veel meer calorieën bevat dan een boterham en dat een eenvoudige salade met wat vinaigrette veel lichter is dan een met ei, kaas, en of vis.

Alles wat zoet smaakt bevat suiker en moet zoveel mogelijk vermeden worden. Het wijd verbreide geloof dat suikers door honing vervangen kunnen worden omdat dit ‘natuurlijk’ is, is onzin. Ook honing is puur suiker. Lekkernijen die van meel, suiker, eieren en boter worden gemaakt (grofweg alles wat van de banket- bakker komt) zijn rampzalig.

Dus nogmaals: snoep niet, neem geen tussendoortjes of snacks, maar beperk U tot de drie hoofdmaaltijden.

Als U thuis eet: verklein de porties

Als U gewend bent te ontbijten met drie boterhammen, maak er dan een of twee van. Zijn het er twee, maak er dan een van. Wees zuinig met boter en bescheiden met beleg. Voor de lunch geldt hetzelfde: verminder het aantal boterhammen tot een, hooguit twee, afhankelijk van wat U gewend was. Drink water, thee of koffie zonder suiker.

Melk is voor een volwassen zoogdier onnodig, maar als U perse wil, neem dan magere melk.

Hetzelfde geldt voor yoghurt en er bestaat een vorm van kwark die 0% vet bevat, die eventueel voor de liefhebber geschikt is.

Wat de avondmaaltijd betreft: verklein de porties. Als U aardappelen eet, neem dan een of twee kleine aardappelen. Als U rijst eet, volsta met een bolletje. Als U pasta eet, neem dan zoveel als U kwijt kunt op een schotel van een theekopje. Eet een of twee keer per week vis (ook goed voor het cholesterol) en als U vlees eet, neem een menselijke portie. Eet sla en groenten en gebruik in de keuken in plaats van boter of room plantaardige oliën zoals olijfolie, zonnebloemolie of maisolie. Neem geen dessert, maar eventueel een stuk fruit.